dinsdag 9 maart 2010

Christine Otten - In wonderland

Voor Juncto, een periodiek voor rechtenstudenten te Utrecht, schreef ik recent onderstaande column over In wonderland van Christine Otten:

Geachte heer Van Loohuizen, uw e-mailadres heb ik van het Openbaar Ministerie in Den Haag. Voor ik mijn verzoek doe, laat ik mij voorstellen. Mijn naam is Caroline Dusart. Ik ben stylist en modejournalist. U herinnert zich mij vast niet, maar veertien jaar geleden hebben wij elkaar vluchtig ontmoet. Dat was tijdens een huiszoeking, u was rechter-commissaris.

In wonderland, de nieuwe roman van Christine Otten, gaat over Nederlands terrorisme. RaRa hield de gemoederen in het land jarenlang bezig, en Christine Otten is hierbij zelf betrokken geweest. Hoewel zij en haar echtgenote nooit officieel zijn verdacht van betrokkenheid bij RaRa, hebben de gebeurtenissen die haar ruim vijftien jaar geleden overkwamen haar nooit losgelaten. Dus schreef ze er een roman over.
‘Christine Otten’ heet in In wonderland Caroline Dusart. In alle vroegte licht de politie haar en haar man Herman Catz van hun bed en haalt het huis overhoop, op zoek naar informatie die Hermans betrokkenheid bij RaRa moet bewijzen. De rechter-commissaris zegt haar: ‘U hoeft zich geen zorgen te maken, mevrouw. U wordt nergens van verdacht. Uw man ook niet. U hebt geen advocaat nodig. Maar in het belang van het onderzoek kunnen we niet vertellen waarom we hier zijn, wat we zoeken.’ De gevolgen blijven beperkt, de politie vindt niets en ze worden nooit officieel verdacht. Na deze inval proberen ze hun leven voort te zetten.
Maar normaal zal het nooit meer zijn. Caroline is zwanger van hun eerste kind, dochter Zoe. En hoewel hun leven niet ontspoort, zijn de gebeurtenissen, waaraan Herman en Caroline slechts met ‘de zaak’ refereren, op de achtergrond altijd aanwezig, als een irriterend litteken. Dit litteken scheurt weer open als een filmmaker een verzoek doet aan Herman om zijn herinneringen op te schrijven. Hij wil ‘de zaak’ verfilmen.
Naast hun, intussen puberende dochter, zet vooral dit verzoek het huwelijk van Caroline en Herman onder druk. Eigenlijk willen ze het allebei vergeten, maar toch zijn ze er, tegen wil en dank, allebei weer mee bezig. Gesprekken die ze met elkaar aanknopen, verlopen vaak gespannen en geïrriteerd. Herman worstelt met de vraag of hij zijn verhaal nu echt op moet schrijven, ook al omdat hij niet eens weet wat hij precies zou moeten opschrijven. Vanaf het moment dat hij het verzoek kreeg, keert het verleden terug en is hij onophoudelijk in gepeins verzonken. Het leven dat hij na de inval met Caroline en Zoe had opgebouwd, kraakt, net als Herman zelf, op zijn grondvesten.
Caroline, om wie het destijds niet eens ging, houdt ‘de zaak’ in eerste instantie op een afstand. Pas later in het boek, als Herman zichzelf al heeft ondergedompeld in zijn herinneringen, duikt ze onder Hermans bureau, waar hij, sinds de verdenking door de politie is opgeheven, vijf ordners met de verzamelde politiedossiers bewaart. Ze bladert door uitgeschreven telefoongesprekken die zij en Herman voerden, probeert zich weer voor de geest te halen welke rol RaRa in hun leven speelde. En, opvallender: ze zoekt contact met Frans van Loohuizen, de rechter-commissaris die haar en Herman destijds verhoorde. Ze wil weten wat de verdenking was, wat waarheid was in de bizarre gebeurtenissen waar hij de hoofdrol in heeft gespeeld.
Frans van Loohuizen, en zijn contact met Caroline, is een eigenaardig en minder geloofwaardig personage, een zwakker aspect van In wonderland, vooral omdat het personage Frans krampachtig overkomt. Hij is een verzorgingstehuis binnengelopen om zich te ontfermen over een man in een rolstoel. Het personeel is er blij mee en looft zijn ‘goede daad’, maar eigenlijk doet Van Loohuizen het voor zichzelf. Hij wil iets goeds doen voor de wereld, waarschijnlijk omdat hij worstelt met zijn vroegere werk (al wordt dat niet helemaal duidelijk). Het verzoek van Caroline om weer over de zaak te praten willigt hij in, en al heeft Caroline de neiging het alsnog af te zeggen – ze weet niet meer waarom ze dit wilde doen –, ze ontmoeten elkaar een paar keer. Dan zijn de rollen vreemd genoeg precies omgekeerd: Van Loohuizen wil graag toenadering zoeken, over ‘de zaak’ praten, zijn geweten verlichten, terwijl Caroline zich enigmatisch opstelt en afstand bewaart. De gesprekken die ze voeren, komen eerder karikaturaal dan serieus, laat staan geloofwaardig, over.
Ondanks dit zwakke onderdeel van het boek is het erg interessant om personages zoals Frans van Loohuizen, Herman Catz en Caroline Dusart te scheppen, om te achterhalen hoe mensen aan de verschillende kanten van zo’n onderzoek omgaan met de nasleep.
Voor Caroline en Herman betekende ‘de zaak’ een diepe inbreuk op hun privacy en een zware smet op hun huis, waar ze zich niet meer veilig en geborgen voelden. Het kostte hun lange tijd en veel moeite om zichzelf, daarna hun huis, daarna hun relatie, weer op orde te krijgen – terwijl het allemaal tevergeefs was. Ze moesten hun leven heroveren en een kind opvoeden.
De gewetensvraag ligt er vooral bij Frans van Loohuizen dik bovenop, maar zijn kwestie is dan ook interessant en weinig gekend. De rechter-commissaris heeft het moeilijk met het werk dat hij deed. Iemand voor dag en dauw hardhandig wekken, verhoren, de meest persoonlijke spullen doorzoeken, iemands hele huis, en daarmee ook iemands hele leven, overhoop halen – terwijl het in dit geval allemaal tevergeefs was. Tot welke prijs moet een rechter-commissaris dit soort werk doen? Hoe moeilijk is het zijn werk te doen als hij nadenkt bij de gevolgen die het heeft voor de ‘slachtoffers’?

Christine Otten
In wonderland
Uitgeverij Atlas
ISBN 978 90 450 1631 3
€ 19,90